Posted on Leave a comment

Dringend meer investeren in defensie

De volgende regering moet dringend meer investeren in defensie om tegemoet te komen aan onze engagementen bij de NAVO. Dat heeft Open Vld-Kamerlid Tim Vandenput gezegd in De Kamer naar aanleiding van de NAVO-top in Londen.

De NAVO-top in Londen begon deze week gespannen. De Franse president Emmanuel Macron noemde de NAVO ‘hersendood’, ook de Amerikaanse president Donald Trump sprak dreigende taal. De spanningen brachten de discussie over de rol die de NAVO in de toekomst moet spelen op gang.

Vandenput: “Ik ben de grootste voorstander van de NAVO als garantie voor onze gemeenschappelijke veiligheid. Maar een alliantie kan natuurlijk maar functioneren als er cohesie is en iedereen bijdraagt. We moeten met België het goede voorbeeld geven. Daarom moet de komende regering meer investeren in defensie om aan de NAVO-norm tegemoet te komen.”

Vandenput benadrukt daarbij dat het belangrijk is dat we weten waar de NAVO naartoe gaat.

Vandenput: “Ons land is stichtend NAVO-lid en wil een constructieve rol spelen, aangezien ook de NAVO cruciaal is voor de veiligheid van Europa. Tegelijk moeten we blijven werken aan een sterke Europese defensiepijler binnen de NAVO. Meer samenwerking binnen Europa betekent ook dat we de middelen efficiënter kunnen besteden. Minder verspilling of dubbel werk, maar concrete actie op het terrein, voor een sterke NAVO en een sterke Europese Defensie.”

Posted on

“Kernwapens wegwensen is nobel maar brengt vrede geen stap dichterbij”

‘Kernwapens vormen een duidelijk gevaar voor de toekomst van onze planeet. Hen simpelweg laten verbieden door niet-nucleaire staten, zoals ICAN voorstelt biedt echter geen oplossing voor dit probleem’, schrijft Kamerlid Tim Vandenput (Open VLD). ‘Door hun grote strategische waarde is een gezamenlijke, verifieerbare en geleidelijke afbouw van kernwapenarsenalen de enige realistische optie.’

Dit jaar werd de Nobelprijs voor de vrede uitgereikt aan de Internationale Coalitie tegen kernwapens (ICAN). Dit ter erkenning van de rol die ze speelden in de totstandkoming van een verdrag waarrond er al heel wat te doen is geweest op de opiniepagina’s van verschillende kranten: het verbodsverdrag op kernwapens. Dit gaat verder dat voorgaande verdragen zoals het non-proliferatieverdrag doordat het kernwapens meteen wil verbieden.

Alhoewel dit zeer ambitieus en revolutionair klinkt, zal dit verdrag enkel bindend zal zijn voor de staten die het ook effectief ondertekenen. Zo’n 53 staten hebben het verdrag effectief al ondertekend maar hier is geen enkele kernwapenstaat bij en zij zullen dit ook niet doen. In de praktijk zal er bij de inwerkingtreding van dit verdrag dus geen enkel kernwapen verdwijnen. 53 staten kunnen ze wel ‘wegwensen’ maar daarom wordt dit nog niet de realiteit.

Dat ICAN de nobelprijs voor de vrede krijgt, is enigszins ironisch. Hun doel is zeker nobel te noemen maar het verbodsverdrag waarvoor ze pleiten kan net zorgen voor minder vrede. Zoals Carl Bildt, voormalig premier van Zweden en voorzitter van de European Council on Foreign Affairs, zie: “in het beste geval is het verdrag een pure sideshow, in het ergste geval kan het voor een nucleair conflict zorgen”.

Verzwakking van democratische staten

De voorstanders van dit verdrag stellen dat we het akkoord moeten zien als een drukkingsmiddel om kernwapenstaten te bewegen tot ondertekening van het verdrag en uiteindelijke ontwapening. Ze noemen het een ‘deeltjesversneller’ die het ontwapeningsproces nieuw leven zou inblazen. De bevolking van de staten die het verdrag niet mee ondertekenen, zullen dan op straat komen en samen met het middenveld democratische druk uitoefenen op hun regering totdat het verdrag wel ondertekend wordt.

Deze redenering gaat echter voorbij aan een belangrijk feit: ook ondemocratische staten bezitten kernwapens. Zo valt moeilijk te begrijpen hoe de Noord-Koreaanse bevolking hun grote leider tot ondertekening zullen aanzetten als ze hoogstwaarschijnlijk nooit van het bestaan van het verdrag zullen afweten. Ook in Rusland en China moeten we niet meteen een grote democratische druk vanuit de bevolking verwachten.

Dat is ook het fundamentele probleem van dit verdrag: het zal enkel een effect hebben op de democratische staten, waardoor hun veiligheid ten opzichte van ondemocratische, autoritaire staten sterk verzwakt wordt. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?

Dat internationale druk op deze autoritaire staten hen dan alsnog tot ontwapening zou bewegen, lijkt ook niet realistisch. Wie maakt hen wat, zo lang ze over kernwapens beschikken? Kijk ook maar naar Noord-Korea. Het land staat al decennia onder zware internationale druk staat en besluit hier alleen maar uit dat het de ontwikkeling van kernwapens nog moet opvoeren om zo haar macht nog verder te vergroten en een invasie af te schrikken.

Geen appelen met peren vergelijken

Hiermee komen we bij een tweede belangrijk probleem met het verbodsverdrag: in tegenstelling tot andere wapens zijn kernwapens van een ongeziene strategische waarde en zelfs fundamenteel voor de veiligheid van enkele landen. Deze unilateraal verwijderen, zonder garanties dat andere kernmachten hetzelfde doen, wordt door kernwapenstaten dan ook gezien als strategische zelfmoord.

De voorstanders van het verbod wijzen op gelijkaardige verbodsverdragen voor clustermunitie, landmijnen en zelfs slavernij. Deze vergelijking loopt echter helemaal mank. Kernwapens hebben zo’n grote impact en strategische rol dat zelfs het bestaan van maar 1 kernbom onaanvaardbaar zou zijn voor alle andere staten. Dit is niet het geval bij clusterbommen of landmijnen, waarbij elke vermindering merkelijk minder slachtoffers oplevert, zonder de veiligheidsstrategie van andere staten aan te tasten.

Bovendien zien we ook dat deze ‘voorbeeldverdragen’ niet sluitend zijn: clusterbommen en landmijnen bestaan nog en worden nog steeds gebruikt. Indien het verbod op kernwapens even sluitend zou zijn, belooft dat alvast niet veel goeds voor de nucleaire veiligheid in de wereld.

Geen waterdicht verdrag

Dat het verdrag niet sluitend is, blijkt ook uit het feit dat bepaalde concrete bepalingen niet waterdicht zijn. Omdat men snel klaar wilde zijn met de onderhandelingen over het verdrag, lijkt het alsof men een paar essentiële ‘safeguards’ over het hoofd heeft gezien.

Zo worden de huidige ‘nucleaire staten’ wel gedwongen om aan de strengste vereisten van het Internationaal Atoomenergieagentschap en het Non-Proliferatieverdrag te voldoen indien ze willen toetreden tot het verdrag maar wordt niet dezelfde inspanning gevraag van de ‘niet-nucleaire staten’. Dit betekent dus dat sommige staten met nucleaire ambities uit het NPT kunnen stappen en via dit verbodsverdrag vrijer kunnen werken aan hun nucleair programma. Zoiets boezemt de huidige nucleaire staten natuurlijk niet meteen vertrouwen in.

Stap per stap

Uiteraard betekent dit alles niet dat we dan maar nucleaire ontwapening als een verloren zaak moeten zien. Het betekent enkel dat er geen ‘shortcut’ naar een kernwapenvrije wereld bestaat zoals ICAN ons wil doen geloven. In een tijd waarin alle kernwapenstaten bezig zijn met de modernisering van hun nucleair arsenaal en de spanningen tussen deze staten onderling terug aan het oplopen zijn, is het pleiten voor een de facto unilaterale ontwapening van het Westen ronduit gevaarlijk.

Een kernwapenvrije wereld valt enkel te bereiken door een verifieerbare vermindering van kernwapens waar alle kernwapenstaten aan deelnemen. Indien dit soort onderhandelingen telkens faalt, betekent dat niet per se dat de methode inherent fout of verwerpelijk is, wel dat de omstandigheden van dat moment niet het gewenste resultaat hebben toegelaten. We moeten dus opnieuw proberen om ze wel succesvol te maken, hoe moeilijk ook.

Bovendien moeten we het ‘falen’ van de bestaande ontwapeningprocessen ook niet overdrijven. Sinds 1986 is het wereldwijde arsenaal aan kernwapens al met 80% gekrompen. Nog steeds genoeg om de wereld verschillende keren naar de vaantjes te helpen, maar stellen dat de kernwapenstaten geen stappen tot ontwapening zetten is de waarheid geweld aandoen.

De recente internationale demarche van de Belgische regering om het CTBT-verdrag, dat kernproeven verbiedt en reeds geratificeerd is door Rusland, Frankrijk en het VK, nieuw leven in te blazen toont bovendien dat België zich nog wel degelijk inzet voor stapsgewijze nucleaire ontwapening.

Nucleaire ontwapening is een proces dat zeer traag zal verlopen en vaak op een muur zal botsen. Dit is echter onvermijdelijk en ook logisch. Om van zo’n strategisch belangrijke maar uiterst destructieve wapens af te geraken, is een waterdicht proces nodig waar iedereen zich in kan vinden, geen verdrag dat kernwapens wegwenst.

Posted on

“België moet aan kar Europese defensiesamenwerking trekken”

In de Europese Unie groeit de consensus over de noodzaak van meer samenwerking op vlak van defensie. Open Vld Kamerlid Tim Vandenput: “De huidige internationale context dwingt de lidstaten om de krachten te bundelen. Het zal onze legers niet alleen efficiënter en meer inzetbaar maken, het bespaart ook kosten. België moet een voortrekkersrol opnemen.”

De plannen voor een Europese defensiesamenwerking zijn terug van nooit weggeweest. 62 jaar na het afspringen van de EDG, zijn de geesten stilaan rijp voor een nieuwe serieuze poging. Hoge vertegenwoordiger Mogherini besteedde er voor de zomer aandacht in haar Global Strategy. Frankrijk en Duitsland lanceerden deze week een oproep tot een Europese defensie. Ook commissievoorzitter Juncker sprak gisteren in zijn State of the Union zijn steun uit.

“Dat mag niet verbazen”, aldus liberaal defensiespecialist Vandenput. “De geopolitieke realiteit dwingt Europese landen om werk te maken van een Europese defensie. Het Midden-Oosten wordt verscheurd door conflicten, er is de migratiecrisis en de druk op de Middellandse Zee, Rusland is meer dan ooit assertief, de VS hebben het stilaan gehad met de Europese freeriders onder de NAVO-paraplu.”

Volgens het liberale Kamerlid biedt de politieke context dan weer opportuniteiten om echt stappen vooruit te zetten. “De Oost-Europese lidstaten zijn voorstander gezien de houding van Rusland, en na de Brexit verliezen we een grote tegenstander van een Europees defensieproject. Ook de economische toestand doet lidstaten inzien dat hun defensie-uitgaven meer renderen in een samenwerkingsverband. Ter vergelijking: de versplinterde defensie-uitgaven van de 28 lidstaten zijn drie keer minder efficiënt dan de Amerikaanse.”

Kamerlid Vandenput ondervroeg defensieminister Vandeput over de Belgische reactie op het concrete Frans-Duitse voorstel voor meer defensiesamenwerking: “Mijn partij is altijd overtuigd voorstander geweest van stappen in de richting van een Europees leger. Ons land moet aan die kar trekken.” De minister bevestigde de ambitie om de plannen te ondersteunen. In eerste instantie moet daarbij gefocust worden op samenaankopen en gezamenlijke operaties. Veeleer dan een superstructuur op te zetten, gelooft de minister in de aanpak van onderaan, waarbij samenwerkingsverbanden kunnen uitgroeien met concrete resultaten en efficiëntiewinsten.

Posted on

“Regering Michel zorgt met deze strategische visie voor een historische ommekeer bij Defensie”

Open Vld Kamerlid Tim Vandenput stelt vast dat de regering Michel voor een ommekeer zorgt op vlak van hervormingen en investeringen voor Defensie. Tussen 2019 en 2030 gaat het om een bedrag van 9,4 miljard euro. Daarnaast pleit de liberaal aan de vooravond van de NAVO top in Warschau eveneens voor een sterke Europese defensie.

Onze wereld beleeft turbulente tijden. De omgeving van Europa, maar ook daarbuiten, is minder stabiel. Minder voorspelbaar dan pakweg tien jaar geleden. Terreur is een constante bedreiging. Rusland en China investeren fors in de modernisering van hun strijdkrachten en beiden tonen geen schroom om hun spierballen te laten rollen.

De regering Michel neemt akte en ondersteunt de strategische visie van de minister van Defensie. Nu is hem gevraagd die visie te concretiseren in individuele implementatiemaatregelen. De komende weken en maanden zullen die het voorwerp uitmaken van individuele beslissingen op de ministerraad.

Het geheel van beslissingen overstijgt deze regering en zal dus door komende regeringen moeten bevestigd worden. Het is altijd zo dat de beslissingen voor defensie een impact hebben op meerdere legislaturen. “Op dit moment worden de A400M transportvliegtuigen gemaakt bij Airbus, de levering gebeurt in de komende jaren. Deze zijn door een voormalige minister van Defensie besteld” voegt Vandenput toe.

De ministerraad keurt daarnaast een preambule goed die toelicht dat de strategische visie het kader is binnen hetwelk we voort werken tijdens deze legislatuur. “Het gaat hier om het opstarten van concrete investeringsdossiers zoals de vervangers van onze F-16, de fregaten, de schepen voor mijnenbestrijding, de drones en de gevechtsvoertuigen voor landmacht“ licht Vandenput toe.

NAVO top in Warschau
Vandenput feliciteert de Premier en zijn regering om een strategische visie te maken om de veiligheid van onze Belgische bevolking te garanderen. Er zal opnieuw geïnvesteerd worden in materiaal en in mensen, in een slanker en efficiënter leger dat snel inzetbaar zal zijn. “Daarmee beantwoordt ons land de oproep vanuit de NAVO zoals geformuleerd op top van Wales”

Ons land kan tonen dat we een solidaire partner zijn en dat we een plan hebben om dat in de toekomst ook te blijven. “Deze strategische visie geeft de premier daarvoor een duidelijk mandaat. Het stemt ons hoopvol dat de premier in Europees verband werk wil maken van een sterkere samenwerking tegen terreur” aldus Vandenput.

Vandenput besluit dat er in de Kamer vandaag twee type politici te onderscheiden zijn: “Diegene bij de oppositie die denken in termen van slogans en korte termijn, van verkiezing tot verkiezing. En dan is er de groep politici die op lange termijn denkt en hervormt met visie. Ik ben blij dat onder leiding van onze Premier Michel het visionaire primeert zodat de veiligheid van onze kinderen en kleinkinderen kan gegarandeerd worden in de toekomst!”

Posted on

“Belgische F-16’s stegen twaalf keer op om Russische toestellen te onderscheppen”

Vier Belgische F-16’s namen in de eerste helft van dit jaar deel aan deze missie boven de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen. “Dit past binnen de solidariteit tussen de leden van de NAVO. De totale kostprijs van deze missie bedraagt 3,9 miljoen euro” vertelt Kamerlid Tim Vandenput (Open Vld).

Het is de vijfde keer dat onze gevechtsvliegtuigen van de Belgische Luchtmacht zijn ontplooid naar de Baltische staten om het NAVO-luchtruim te vrijwaren. “Tijdens deze missie van vier maanden vlogen onze F-16 in totaal 288 uren en 35 minuten. Dat bewijst dat onze piloten een belangrijke taak vervullen” vertelt Tim Vandenput, die eind april met de Commissie Landsverdediging de luchtmachtbasis van Ämari in Estland bezocht en de officiële cijfers opvroeg bij de Minister.

“Als je in de straten van Tallinn stapt en er praat met mensen, dan voel je echt nog de schrik die de mensen hebben van de Russen. Na 50 jaar bezetting is dat een normale reactie… de dreiging is geen perceptie maar harde realiteit, dagelijks!”, schetst Vandenput.

12 keer oog in oog met Russische piloten

Naast België nemen nog 15 andere NAVO-leden deel aan de beurtrol. “Met de crisis in Oekraïne werd deze bewaking tegen mogelijke Russische inbreuken in april 2014 uitgebreid tot aan de grens van de Russische enclave Kaliningrad” licht Vandenput toe. “De F-16’s zijn in totaal 107 maal opgestegen. 19 keer voor training, 76 keer als training om te reageren op een onmiddellijke dreiging en 12 maal om effectief Russische vliegtuigen te onderscheppen en terug te drijven naar Rusland.”

Vorig jaar leverde ons land ook een detachement met vier gevechtsvliegtuigen in het kader van deze missie. Deze opereerden vanop de Poolse vliegbasis in Malbork. Dit jaar opereerden ze van op de vliegbasis van Ämari in Estland dat dichter bij de vliegroutes van Russische vliegtuigen ligt. “Het Belgische detachement van 49 personen werd afgelost door een identiek Belgisch detachement na twee maanden opdracht. Het is immers noodzakelijk om onder meer Belgische luchtverkeersleiders te hebben in Ämari om een optimale luchtverkeersbegeleiding toe te laten”, besluit Vandenput.

Posted on

Belgisch leger neemt leiding in Europese missie in Mali

Het detachement werkt in het Koulikoro Training Center (KTC), op ongeveer 60 kilometer van Bamako, de hoofdstad van Mali. – foto mil.be

België verdubbelt vanaf juli zijn aanwezigheid in Mali en neemt de leiding over van de Europese opleidingsmissie van het Malinese leger (EUTM-Mali). “De leiding van deze missie zal één jaar duren en er nemen 175 Belgische militairen aan deel” vertelt Tim Vandenput (Open Vld) als lid van de Commissie Landsverdediging.

EUTM-Mali ging in februari 2013 van start na de Franse operatie Serval. Die was gericht op de neutralisering van gewapende islamistische groeperingen in het noorden van het land.

Sinds mei 2014 is een tachtigtal Belgische militairen actief in Mali. In juli stijgt dat aantal tot 175. Deze beslissing houdt meteen in dat België zijn huidige deelname, die toegespitst is op de bescherming van de Europese instructeurs, met een jaar verlengt met een negentigtal militairen.

Leiding van EUTM

Vanaf 1 juli neemt het Belgische leger ook een jaar lang de leiding van de Europese missie over van Duitsland. Deze vraag werd door Duitsland ook gesteld aan Spanje en Zweden, maar België was de beste kandidaat en zal zo veel sleutelfuncties krijgen binnen de EUTM missie. “De leiding van deze missie gaat zeker onze internationale zichtbaarheid en waardering als betrouwbare partner vergroten en bijdragen aan de opbouw van een operationele ervaring van Belgische kaderleden” vertelt Tim Vandenput.

Voor de leiding van deze missie zullen 30 militairen nodig zijn en het zal voornamelijk gaan om functies in de generale staf en omkadering van de opleiding.

Advies en training

Tegelijkertijd zet defensie zowat 55 militairen van 1 juli 2016 tot eind 2016 voor het geven van advies en training aan de Malinese strijdkrachten in hun kantonnementen. “De bedoeling van onze militairen in deze missie is dus niet om de terroristische groepen in Mali te bestrijden, maar om de Malinese troepen zo goed mogelijk te trainen zodat zij die terroristische groepen optimaal kunnen bestrijden” licht Vandenput toe.

Andere Europese landen

Volksvertegewoordiger Tim Vandenput bracht dit onderwerp ter sprake tijdens de commissie landsverdediging en vindt het ook belangrijk om na te gaan of de huidige deelnemende landen hun bijdrage gaan verderzetten. Volgens de Minister van Defensie hebben de meeste Europese landen die deelnemen aan de EUTM Mali dit al informeel bevestigd.

“Deze multinationale militaire trainingsmissie van de Europese Unie heeft zijn nut in de bestrijding van terroristische groepen al bewezen, en de leiding ervan geven aan België toont aan dat onze defensie veel kwaliteiten bezit en dat het een internationale erkenning krijgt” concludeert Tim Vandenput.

Posted on

Interview met de-bron.org over de toekomst van onze Belgische Defensie

Voor Tim Vandenput (lid Kamercommissie Defensie, Open Vld) is de F35 als vervanger voor de F16 geen uitgemaakte zaak. België moet opteren voor proven technologies en zich toeleggen op innovaties en business accelerators in het domein van de drones.

Het is niet iedere dag dat je bij je burgemeester langs gaat om te praten over de vervanging van ons gevechtsvliegtuig F16. Tim Vandenput is federaal volksvertegenwoordiger voor Open Vld en burgemeester van de Vlaamse gemeente Hoeilaart die geplet ligt tussen het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse gewest.

Het wordt heel snel duidelijk dat onze charmante burgervader en lid van de Kamercommissie Defensie een sterke dossierkennis heeft zowel op politiek, economisch als ook op technisch vlak. Technisch inderdaad, het feit dat Tim Vandenput (verder afgekort TV) ingenieur vliegtuigmechanica van vorming is, helpt natuurlijk wel.

Interview afgenomen door Marc Rabaey (verder afgekort MR) voor de-bron.org. Dit interview werd afgenomen voor de aankondiging op dindsdag 22 december 2015 van de plannen van de Minister van Defensie.

Algemeen kader Defensie

Het strategisch plan 2030

MR: Hoe verloopt de informatiestroom van Defensie naar de Kamercommissie met betrekking tot de vervanging van de F16?

TV: We hebben al sedert het begin van dit jaar (2015) niets meer vernomen. Minister van Defensie (MOD) Steven Vandeput (N-VA) wil logischerwijze eerst zijn strategisch plan rond hebben alvorens zich uit te spreken over de vervanging van de F16.

1868169
De Minister van Defensie (MOD) heeft onlangs de ronde gedaan van de Vice Premiers om over zijn voorstellen te praten. Mijn visie is dat er ruimte moet komen voor investeringen.. Daarom is de verhouding van de uitgaven binnen het budget van Defensie eigenlijk nog belangrijker dan de grootte van het budget zelf. De uitgaven zouden moeten evolueren naar:

  • Personeel: 50% (in 2016 nog 67%)
  • Werkingskosten: 25%
  • Investeringen (in materieel): 25%

MR: Hoe ziet u de evolutie van het personeel?

TV: Met de huidige pensioneringsgolf zullen de personeelskosten vanzelf dalen. We moeten nu streven naar een lean and mean defensie, dus juist genoeg om haar taken te volbrengen, waarbij we flexibel en snel militaire middelen kunnen inzetten.

MR: Dit vereist wel een andere personeelspolitiek qua loopbaan, zoals voorgesteld door collega Pierre Therie (link).

TV: Inderdaad, er moet sneller naar de burgerij overgestapt (kunnen) worden (privaat of openbaar) om efficiënt gebruik te maken van de competentie van de militairen.

naamloos-133

Nucleaire capaciteit

MR: Aansluitend op het strategisch plan Defensie en toch van belang voor de vervanging van de F16, hoe staat u tegenover de nucleaire capaciteit?

TV: We zien dat de westerse nucleaire mogendheden meer en meer hun nucleair platform verschuiven van vliegtuigen naar duikboten. De redenen hiervoor liggen voor de hand:

  • Onderzeeërs zijn moeilijker te detecteren
  • De missiles worden almaar beter (en er zijn dus geen piloten meer nodig)

Voorts ligt het nucleair zwaartepunt van de VS kernkoppen in Zuid-Europa en niet de kleine cirkel van militaire vliegvelden in België, Nederland en Duitsland. Bovendien zullen de VS liever hun eigen piloten verkiezen boven Europese zij het dan NAVO piloten om de nucleaire bommen te droppen mocht dit ooit nodig zijn.

Ik hecht dus geen groot strategisch belang aan het feit dat België in staat moet zijn om nucleaire bommen te droppen (in het kader van de NAVO). Laten we ook niet vergeten dat om die opdracht uit te voeren 15% van de capaciteit van onze Belgische militaire luchtmachtbasis exclusief naar die opdracht gaat. De eventueel vrijgekomen capaciteit zou dan voor andere doeleinden kunnen ingezet worden, mochten we die opdracht niet meer hoeven uit te voeren.

MR: Indien België die opdracht niet meer dient uit te voeren dan komen ook niet-VS gevechtsvliegtuigen in aanmerking?

TV: Inderdaad. Zo heeft Dassault al laten weten dat indien het nieuwe gevechtsvliegtuig nucleaire opdrachten dient te kunnen uitvoeren, Dassault dan niet zal meedingen.

vraag tim vandenput toekomst defensie

Hoorzittingen Kamercommissie

MR: Zijn er dan al contacten tussen de Kamercommissie Defensie en vliegtuigconstructeurs?

TV: In het kader van het verzamelen van informatie heeft de commissie tijdens de Luchtvaartbeurs van Le Bourget (Parijs) deze zomer contacten gehad met verschillende constructeurs. Ongeacht de initiatieven van MOD zal de Kamercommissie in januari/februari van 2016 starten met hoorzittingen, deels publiek, deels achter gesloten deuren (voor de militair-strategisch gevoelige punten).

MR: De VS pushen vooral de F35. Zal de Kamercommissie vooral F35 onder de loep nemen voor de vervanging van de F16?

TV: Zeker niet. We dienen alle mogelijkheden te onderzoeken. Trouwens er is niet enkel het militair aspect en de Belgische verplichtingen in NAVO verband. Economische aspecten en technologische innovatie komen hier ook aan bod.

Het is wel duidelijk dat we de technologische trein van de F35 gemist hebben, maar ik zou wel durven zeggen: gelukkig maar.

MR: Hoe zo?

TV: De F35 is nog in de fase van prototype en er zijn nog zoveel problemen, zoals ook door De Bron vermeld (link). Stealth is ook maar een tijdelijk voordeel (link), en bovendien zijn de stealth vereisten van de F35 zo streng dat ze eigenlijk de operationaliteit beperken. Onder meer de bewapening (dus beperkte vuurkracht, bommen) en brandstoftanks (dus beperkte actieradius)) zijn toch wel belangrijke minpunten [MR: een testpiloot van Boeing kloeg ook over de ondermaatse manoeuvreerbaarheid, link].

Maar we staan ook voor een nieuw tijdperk in de militaire luchtvaart: de drones of UAV‘s (Unmanned Aerial Vehicles). Over twintig jaar zullen vele taken nu uitgevoerd door bemande vliegtuigen door drones zijn overgenomen.

Als Kamercommissie Defensie moeten we dus in het bijzonder bekijken:

  • Welke zijn onze NAVO-verplichtingen?
  • In welke domeinen kan onze luchtvaartindustrie innoveren?
  • Is stealth nog relevant, gelet op het feit dat een Israëlisch bedrijf de stealth al heeft doorbroken?
  • Indien drones binnen afzienbare tijd de militaire luchtvaarttechnologie zal zijn, moeten we dan niet opteren voor een proven technologies om
  1. de timegap te overbruggen
  2. noodzakelijk bemande vluchten te blijven uitvoeren

Toen we in het F16 programma waren ingestapt, hebben heel wat Belgische firma’s de verworven of ontwikkelde technologieën in andere domeinen kunnen gebruiken (economische return). Het is dus veel breder dan militaire en zelfs civiele luchtvaarttoepassingen. We mogen de trein van de drones niet missen. Het biedt ons industriële hefbomen en zogenaamde business accelerators.

Probleemkind F35

imrs.php
MR: Collega Pierre Therie heeft een aantal pijnpunten in het F35 ontwikkelingsproject aangekaart, ook deze recentelijk besproken in de VS Senaatscommissie. Is dit niet een (dure) kat in een (duurdere) zak kopen?

TV: Zich baserend op wat onder meer mijnheer Therie geschreven heeft (link) en wat er ergens al gepubliceerd werd, kan men zich de vraag stellen of dit ooit goed zal aflopen, althans binnen een aanvaardbare termijn en binnen een aanvaardbaar budget. In ieder geval bevestigt dit mijn visie om voor de proven technologies te opteren.

MR: Quid Therie’s vraag over de Belgische soevereiniteit?

TV: Indien we voor alle vluchten afhankelijk zijn van de goodwill van de VS om die op het vlak van Informatie en Communicatie Technologie (ICT) te ondersteunen, dan is dit wel heel bedenkelijk. Je mag er niet aan denken wat er zou gebeuren moesten ooit die verbindingen met die VS ICT-centra gecompromitteerd worden.

Maar er is zelfs meer. Gelet op de karakteristieken van de F35 kan het wel eens best enkel een eerste deuropener zijn (uitschakelen van militaire capaciteit van de tegenstanders) maar dan moeten we nog over andere luchtmacht capaciteiten beschikken om verdere acties te kunnen ondernemen. Het is niet voor niets dat naast de F35 de US Navy en Israël respectievelijk de Super Hornet en F15 bijkopen als aanvulling van hun toekomstige F35-vloot. Er zullen bijgevolg minder F35’s verkocht worden, wat de prijs ervan nog meer zal doen stijgen.

Gelet op de prijs van een F35 zou België niet over deze bijkomend benodigde capaciteit kunnen beschikken.

MR: Dus daar stopte de ezel en balkte hij …

TV: (lacht) Zo kan het je ook stellen.

Alternatieven

MR: Welke zijn volgens u de alternatieven voor de F35?

TV: Eurofighter Typhoon, Dassault Rafale, Saab JAS 39 Gripen, Boeing F/A-18E/F Super Hornet

MR: Er is toch ook de upgrade van de F16 zelf?

TV: Daar speelt Boeing op in. Boeing heeft zelf genoeg knowhow om systemen van de F16 te upgraden [MR: zie ook link, link]. Boeing stelt natuurlijk de Super Hornet voor, maar met hun F16 upgrade programma hoeven we niet alle F16’s in een keer te vervangen, maar bestaat de mogelijkheid om de F16’s gefaseerd te vervangen (tot in 2029). Dit lost dan ook gedeeltelijk het probleem van de 8.000 vlieguren op. [MR: De Bron collega’s Therie en De Beuckelaer verwijzen naar testen waaruit blijkt dat ook voor onze vloot F16 dat het maximum aantal vlieguren tot 12.000 kan opgetrokken worden.] De luchtcomponent kan beide types gevechtsvliegtuigen ook tezamen inzetten, iets wat met de F35 veel moeilijker is [MR: omdat de kostprijs, operationele en onderhoudskost van de F35 geen budgettaire ruimte overlaat om nog iets naast de F35 te hebben].

[MR: Boeing heeft F16’s omgebouwd tot drones, namelijk de QF16. Een eerste reeks werd dit jaar aan de USAF geleverd (link). Deze worden ingezet voor trainings- en testdoeleinden. Het spreekt voor zich dat Boeing hierdoor heel wat knowhow over de F16 en drones heeft verworven. Wat dus het voorstel van Boeing nog meer aantrekkelijk zou maken, mocht de Belgische luchtvaartindustrie hieraan participeren en/of verder bouwen]

Mocht er voor de F18 Super Hornet geopteerd worden, dan kunnen de Belgische firma’s die F16’s onderhouden ook langer hun competentie gebruiken en zelfs vergroten en uitbreiden tot de Super Hornet. In het buitenland hebben we een heel sterk imago aangaande het “groot” onderhoud van F16’s, anders zouden we niet jaarlijks 1.200 F16’s van over de hele wereld onderhouden.

FA-18_Super_Hornets_of_Strike_Fighter_Squadron_31_fly_patrol,_Afghanistan,_December_15,_2008
Maar we zullen dus meer weten na de hoorzittingen van de Kamercommissie Defensie.

Een groter plaatje bekijken

index[MR: Evolutie van de generatie gevechtsvliegtuigen. In de 5e generatie is Situational Awareness (SA) en Net Enabled eveneens belangrijk.]

MR: De F35 is een server (service provider) en klant in de Network-Centric Warfare (NCW) filosofie. NCW vereist dat alle componenten (staf operaties, lucht, land en marine) met elkaar verbonden zijn. Indien we geen NCW systeem hebben dan is de toegevoegde waarde van de F35 nog kleiner.

TV: Zo ver zijn we bijlange niet, en ik vrees dat dit ook niet in het strategisch plan van MOD zal staan.

MR: Met de F35 hebben we steeds de VS nodig om operaties uit te voeren. Zullen we dan geen externe financiers van VS vliegtuigen zijn?

TV: Qua soevereiniteit zijn de kaarten van de F35 inderdaad niet goed, maar dat zal allicht wel voor ieder vliegtuig van de 5e generatie zijn [Zie bovenstaande figuur].

MR: Moeten we dan niet qua veiligheid samenwerken met andere landen. Maar wat met onze soevereiniteit?

TV: Ik maak een duidelijk verschil tussen one-command (delegeren) en afhankelijkheid. In het laatste geval zouden we inderdaad onze soevereiniteit verliezen, maar een geïntegreerde militaire capaciteit met bijvoorbeeld Nederland zou wel kunnen. We delen onze soevereiniteit trouwens al via de Marine, en voor een deel met de luchtcomponent. Ik zie daar niet zo een probleem in.

MR: In het dubbelinterview met Ko Colijn (directeur Clingendael) en Jonathan Holslag (VUB) bij DeBuren (link) kwam het voorstel om met andere landen te clusteren ter sprake. Evenwel met die verstande dat er cultureel niet teveel verschillen bestaan tussen de deelnemende landen en dat ze min of meer dezelfde geostrategische situatie hebben.

TV: Dit kan ons inderdaad schaalvoordelen opbrengen zodat we onder meer grotere en duurdere systemen kunnen gebruiken. Ze spraken ook over pooling and sharing van militaire middelen, wat eveneens te overwegen valt.

MR: Oorlog is de voortzetting van de politiek met andere middelen, schreef Carl von Clausewitz. Dit alles moet dus passen in de Belgische buitenlandse politiek.

TV: We moeten onze NAVO verplichtingen naleven en misschien wel herbekijken. De rol en de ambities van België in de buitenlands politieke hebben natuurlijk een invloed op haar Defensiepolitiek. En ja, alles staat of valt met het ambitieniveau van België.

Posted on

“Samen met MR pleiten we voor meer integratie naar een Europees leger”

In aanloop naar de Europese top op 25 en 26 juni roepen Open Vld Kamerleden Tim Vandenput en Dirk Van Mechelen samen met MR-fractieleider Denis Ducarme in een resolutie op om de Europese defensiesamenwerking te versterken. Deze week keurde de  Kamer deze resolutie goed.

Op 25 en 26 juni houdt de Europese Raad een vergadering over het gemeenschappelijk defensiebeleid. Met een gezamenlijke resolutie willen de liberale Kamerleden van Open Vld en MR de regering aansporen om op dit vlak een voortrekkersrol te spelen in Europa.

Tim Vandenput: “Het is anno 2015 onlogisch om in Europa 28 afzonderlijke legers staande te houden en 28 verschillende defensie- en veiligheidsstrategieën uit te tekenen. Als liberalen pleiten we onomwonden voor een verregaande integratie. Deze biedt niet alleen budgettaire voordelen, maar een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid moet ook ons buitenlands beleid versterken, en zodoende ons gewicht op het geopolitiek schaakbord.”

Vandenput en Ducarme verwijzen daarnaast naar de opportuniteit die een versterkte samenwerking biedt aan de Europese en Belgische bedrijven die zich specialiseren in technologische defensietoepassingen. “Deze sector biedt werk aan een miljoen Europese burgers. We moeten blijven investeren in innovatie en onze gespecialiseerde industrie en KMO’s uitspelen als een troef.”

Uiteraard beseffen de parlementsleden dat een verregaande integratie op vlak van defensie niet evident is. “Maar België kan, samen met Nederland en Luxemburg, een voortrekkersrol spelen en de samenwerking concretiseren. Op die manier bewijzen we de voordelen én kunnen andere landen zich stapsgewijs aansluiten”, aldus Dirk Van Mechelen.

De liberalen vragen logischerwijs aan defensieminister Vandeput om in zijn strategisch plan voor de toekomst van onze Belgische defensie volop in te zetten op die versterkte samenwerking tussen lidstaten en de EU in haar geheel.

Concreet vragen de Kamerleden met het oog op de Europese top van eind juni aan de regering om onder meer:

· actief bij te dragen aan de herdefiniëring van de Europese veiligheidsstrategie uit 2003, rekening houdend met de veranderingen op het wereldtoneel sindsdien;

· permanente en gestructureerde Europese samenwerking, in coalities met wisselende samenstelling voor defensieoperaties of bewapeningsprojecten te bevorderen;

· de samenwerking tussen defensieministers, de planningsinstanties voor de vraag naar militaire goederen en de defensie-industrie aan te moedigen;

· te onderzoeken of het European Air Transport Command (Eindhoven) kan worden uitgebreid naar andere lidstaten en met nieuwe taken zoals opleiding van piloten;

· de financiering en organisatie van Europese battle groups te optimaliseren en ze zodoende meer inzetbaar te maken;

· het Europese Defensieagentschap de mogelijkheid geven om gemeenschappelijke aankopen te doen en het budgetplafond van dat agentschap op te trekken;

· te streven naar een standaardisering van het Belgische militair materieel, afgestemd op onze strategische partners en met het oog op een grotere Europese interoperabiliteit;

· de versterking van het Athenamechanisme (financiering van de militaire veiligheids- en defensieoperaties) en de instelling van een bijzonder financieringsfonds voor de Europese defensieoperaties te bevorderen;

Posted on

Bezoek aan 15e Wing op de Militaire Luchthaven in Melsbroek

Met een aantal leden van de Parlementaire Commissie Landsverdediging brachten we op 27 mei een bezoek aan de Militaire Luchthaven van Melsbroek. Van daaruit worden alle vluchten geregeld met de grote vliegtuigen van de Belgische vloot zoals de C-130, de A321, de Falcons en de Embraers.

Deze eenheid wordt aangestuurd vanuit Eindhoven waar het European Air Transport Command (EATC) gevestigd is. Het EATC is een samenwerking van Spanje, Nederland, Belgie, Duitsland en Frankrijk om samen het luchttransport te organiseren voor militaire operaties. Het is efficiënter om samen te werken dan iedereen in zijn eigen hoekje.

In Melsbroek worden de vliegtuigen onderhouden, vele hangars staan er. Maar met de komst van het nieuwe transporttoestel A400M in 2019 moeten de hangars groter worden. Verbouwen is geen optie meer, de gebouwen zijn te oud. Daarom zullen er nieuwe hangars moeten gebouwd worden.

De Militaire luchthaven maakt gebruik van veel infrastructuur en diensten die op Brussels Airport aanwezig zijn: landingsbanen, Belgocontrol, handling, catering, … waardoor deze tak van de Luchtmacht al heel veel heeft uitbesteed aan de privé en efficiënt is.

Bekijk hier het fotoalbum van het bezoek.

Posted on

Het Belgisch leger telde 168 deserteurs tussen 2010-2014

In de periode 2010-2014 kreeg onze landsverdediging te maken met 168 deserteurs. Het betrof 106 militairen en 131 kandidaten die een bepaalde periode zonder verwittiging afwezig bleven. Onder hen waren er recidivisten. In totaal is er sprake van 237 deserties. Dat blijkt uit het antwoord van Minister Vandeput op vragen van Open Vld Kamerlid Tim Vandenput.

Desertie is een fenomeen van alle tijden en ook in België strafbaar volgens het Militair Strafwetboek uit 1870. Het aantal nam geleidelijk af van 80 in 2010, tot 61 in 2011, 31 in 2012, 41 in 2013 en 24 in 2014.

“Zodra een officier drie dagen in oorlogstijd en vijftien dagen in vredestijd afwezig blijft, wordt hij beschouwd als deserteur”, verduidelijkt Tim Vandenput. “Voor militairen met een lagere rang is dat een afwezigheid van drie dagen in oorlogstijd en acht dagen in vredestijd.”

Wie zijn de deserteurs van de 21ste eeuw?

“De doorsnee deserteur is een jonge kandidaat of een vergeetachtige militair. In de periode 2010-2014 waren er 131 deserties door kandidaten, meestal jonge mensen die een periode van opleiding en evaluatie doorlopen.”

In 61% van de gevallen (144 van 237) ging het om twintigers. 87% van de deserteurs (206 van 237) waren vrijwilligers. Het aantal deserterende officieren of onderofficieren is verwaarloosbaar klein. Bovendien was er geen enkele desertie in het kader van buitenlandse activiteiten.

De minister van Landsverdediging Vandeput legt in het parlementair antwoord uit dat “in de meeste gevallen het familiale, sociale, professionele, medische of psychologische problemen zijn die aan de basis liggen van de illegale afwezigheid.” Ook administratieve problemen of slordigheden kunnen aan de basis liggen van illegale afwezigheid, bijvoorbeeld het te laat indienen van een medisch attest.