Posted on

Belgische bedrijven voorbereiden op elk Brexit-scenario

De Brexit-deal van Theresa May is weggestemd door het Britse parlement. Een no-deal lijkt dan ook steeds meer waarschijnlijk te worden. België neemt nu nodige maatregelen te nemen om zo weinig mogelijk jobs en investeringen in gevaar te brengen. “Onze regering handelt proactief om onze Belgische bedrijven voor te bereiden op de verschillende scenario’s”, zegt liberaal Kamerlid Tim Vandenput.

Heel wat Belgische bedrijven exporteren naar Groot-Brittannië. Lang niet al deze bedrijven zijn voorbereid op wat komen zal. Slechts één op vijf bedrijven heeft de nodige papieren op orde gebracht om na de Brexit verder te blijven exporteren. “Dat is een alarmerend cijfer. We moeten specifiek aandacht hebben voor onze kmo’s. Het is noodzakelijk om hier te voorzien in een vlotte begeleiding”, stelt Vandenput.

245 douaniers extra

Minister De Croo riep deze week de vertegenwoordigers van Belgische bedrijven en douane samen. Vandenput: “Het is goed dat de regering snel heeft gereageerd: 245 extra douaniers worden aangeworven en de bedrijven die naar Groot-Brittannië exporteren verkregen automatisch een douanenummer.” Een Brexit-checklist moet de Belgische bedrijven voldoende informeren op de verschillende scenario’s. “Ik ben alvast tevreden dat wij met het parlement en de regering in lopende zaken de nodige voorbereidingen kunnen treffen”, besluit Vandenput.

Posted on

“Over Europese waarden onderhandelen we niet, zeker niet op de Grand Bazaar van Istanbul”

Open Vld Kamerlid Tim Vandenput was scherp over het ontwerpakkoord tussen de EU en Turkije over de migratiecrisis. “We moeten dit probleem Europees oplossen en niet uitbesteden aan Turkije.” Hij waarschuwt eveneens dat het niet de goede kan uitgaat met Turkije, waar recent nog de kritische krant Zaman gewoon is overgenomen door de overheid.

Vorige week bereikte de EU een ontwerpakkoord met Turkije dat de basis zou vormen voor de Europese top van deze week. Daarin werden afspraken gemaakt om de vluchtelingenstroom naar Griekenland te stoppen, in ruil voor onder meer financiële steun voor de opvang in Turkije en toetredingsonderhandelingen.

Kamerlid Vandenput: “Ik ben altijd een Europese believer geweest. De Europese samenwerking biedt een grote meerwaarde aan kleine en grote landen. Ja, de uitbreiding ging snel, zonder dat de noodzakelijke verdieping van de unie volgde. Ja, we hebben de kar voor het paard gespannen met eerst onze binnengrenzen af te schaffen zonder de buitengrenzen af te dwingen. Maar denken dat we de beheersing van de crisis nu volledig aan de Turken kunnen uitbesteden. Dat zou pas echt een falen van de EU zijn.”

Volgens Vandenput kunnen de lidstaten de migratiecrisis enkel het hoofd bieden door stappen vooruit te zetten: “We spreken hier over een land waar het met de democratie en de mensenrechten niet de goede richting uitgaat. Waar recent nog een kritische krant gewoon is overgenomen door de overheid. Een deal kan dus enkel in een opstap naar een gemeenschappelijk Europees asiel- en migratiebeleid. Waar we eindelijk samen onze Europese grenzen bewaken en de inspanningen voor de opvang van vluchtelingen verdelen. We gaan daar toch geen maanden meer mee wachten…”

Vandenput hekelt dat de Europese leiders net het tegenovergestelde dreigen te doen: “Op korte termijn kan een akkoord met Turkije de druk doen verminderen. We dienen humanitaire catastrofes in landen als Griekenland te vermijden. We staan inderdaad voor moeilijke uren, waarbij veel landen nog bezwaren zullen laten klinken. Dit Turkije laten toetreden tot de EU daar kan helemaal geen sprake van zijn. Het is is een land dat het de laatste tijd niet nauw neemt met politieke rechten, minderheden, persvrijheid… Daarom is het belangrijk dat de financiële middelen naar de vluchtelingen gaan en niet Sultan Erdogan.” zei het Kamerlid ferm.

Posted on

“Eerste stappen om de handel en mensenrechten te verbeteren in Iran”

Begin November 2015 heeft onze minister van Buitenlandse zaken een ‘Memorandum of Understanding’ ondertekend over het houden van regelmatige bilaterale consultaties. Ik vind het positief om te zien dat België een samenwerkingsakkoord met Iran afsluit. Het is mijn overtuiging dat we moeten samenwerken om dingen te kunnen veranderen. Naast de mogelijke handelsopportuniteiten die Iran kan bieden voor ons land moeten we echter ook oog hebben voor de mensenrechtensituatie daar.

Maar door de internationale sancties die in het vorige decennium tegen het land werden genomen omdat het een kernbom wilde bouwen, is de economie gekapseisd. Enkel de hoogstnoodzakelijke producten mochten nog naar het land worden uitgevoerd. Daardoor is de Belgische export naar Iran teruggevallen van meer dan 1 miljard euro in 2005 naar slechts 335 miljoen euro in 2014.

Goede relaties behouden en verder uitbouwen

België en Iran hebben al sinds 125 jaar goede relaties met elkaar. Als geschenk had België trouwens een kopij van een telegram uit 1890 mee die de eerste Belgische ambassadeur indertijd naar Brussel stuurde om melding te maken van de “zeer goede verwelkoming”. De relaties tussen beide landen zijn nooit gestopt.

Maar naast deze historische goede relaties moet men ook beseffen dat Iran samen met Turkije de voornaamste economische mogendheid is in de regio. Iran is ook meer dan een simpel olie- en gasproducerende natie, het is ook ver gevorderd op technologisch vlak. Er zijn dus een aantal domeinen waarop de relaties kunnen worden voortgezet.

 Op het goede spoor

Het nucleaire programma en de daaraan verbonden sancties hebben ook de bilaterale relaties tussen België en Iran de voorbije jaren bemoeilijkt. Door het nucleaire akkoord van afgelopen zomer kunnen de sancties in 2016 mogelijk deels opgeheven worden. In het nucleaire akkoord belooft Iran zijn pogingen om een kernwapen te ontwikkelen stop te zetten. Hierdoor ontstaan nieuwe mogelijkheden voor het Belgische bedrijfsleven om zaken te doen in Iran. Ook op politiek vlak biedt dit akkoord een kans: het maakt van Iran opnieuw een gesprekspartner in de zoektocht naar oplossingen in de verschillende regionale conflicten en het is belangrijk om te blijven streven om Iran in deze richting aan te moedigen. Uiteraard moeten we waakzaam blijven en erop toezien dat Iran zijn verplichtingen van het nucleaire akkoord nakomt.

Mensenrechten

Gisteren was het de Internationale Vrouwendag, deze dag staat als teken van strijdbaarheid en het gevoel van solidariteit van vrouwen overal ter wereld. Internationale Vrouwendag is in de 20e eeuw ontstaan doordat vrouwen opkwamen voor hun rechten. Vrouwenrechten zijn in het huidige Iran een belangrijk probleem, en dat getuigt Darya Safai ook duidelijk. Zij belandde na de studentenprotesten van 1999 in Iran in de gevangenis, kwam op borgtocht vrij en vluchtte naar België.  Ze richtte de actiegroep Let Iranian women enter their stadiums op. Ze waarschuwt dat “ondanks berichten aangeven dat de ‘hervormers’ de verkiezingen in Iran gewonnen hebben, het parlement en de raad stevig in handen van de harde lijn blijft.”

In de geplande gesprekken komen alle aspecten van de bilaterale relaties tussen België en Iran aan bod. Het is dus echter ook heel belangrijk om de mensenrechtensituatie goed op te volgen in dit land, daarom heb ik de mensenrechten en de democratie op de tafel gezet in de commissie buitenlandse betrekkingen. Want een samenwerkingsakkoord met Iran is heel positief maar ook de mensenrechtensituatie moet ter sprake komen tijdens die contacten, dat heeft de minister van buitenlandse zaken ook beloofd.

 

Posted on

Belgisch leger neemt leiding in Europese missie in Mali

Het detachement werkt in het Koulikoro Training Center (KTC), op ongeveer 60 kilometer van Bamako, de hoofdstad van Mali. – foto mil.be

België verdubbelt vanaf juli zijn aanwezigheid in Mali en neemt de leiding over van de Europese opleidingsmissie van het Malinese leger (EUTM-Mali). “De leiding van deze missie zal één jaar duren en er nemen 175 Belgische militairen aan deel” vertelt Tim Vandenput (Open Vld) als lid van de Commissie Landsverdediging.

EUTM-Mali ging in februari 2013 van start na de Franse operatie Serval. Die was gericht op de neutralisering van gewapende islamistische groeperingen in het noorden van het land.

Sinds mei 2014 is een tachtigtal Belgische militairen actief in Mali. In juli stijgt dat aantal tot 175. Deze beslissing houdt meteen in dat België zijn huidige deelname, die toegespitst is op de bescherming van de Europese instructeurs, met een jaar verlengt met een negentigtal militairen.

Leiding van EUTM

Vanaf 1 juli neemt het Belgische leger ook een jaar lang de leiding van de Europese missie over van Duitsland. Deze vraag werd door Duitsland ook gesteld aan Spanje en Zweden, maar België was de beste kandidaat en zal zo veel sleutelfuncties krijgen binnen de EUTM missie. “De leiding van deze missie gaat zeker onze internationale zichtbaarheid en waardering als betrouwbare partner vergroten en bijdragen aan de opbouw van een operationele ervaring van Belgische kaderleden” vertelt Tim Vandenput.

Voor de leiding van deze missie zullen 30 militairen nodig zijn en het zal voornamelijk gaan om functies in de generale staf en omkadering van de opleiding.

Advies en training

Tegelijkertijd zet defensie zowat 55 militairen van 1 juli 2016 tot eind 2016 voor het geven van advies en training aan de Malinese strijdkrachten in hun kantonnementen. “De bedoeling van onze militairen in deze missie is dus niet om de terroristische groepen in Mali te bestrijden, maar om de Malinese troepen zo goed mogelijk te trainen zodat zij die terroristische groepen optimaal kunnen bestrijden” licht Vandenput toe.

Andere Europese landen

Volksvertegewoordiger Tim Vandenput bracht dit onderwerp ter sprake tijdens de commissie landsverdediging en vindt het ook belangrijk om na te gaan of de huidige deelnemende landen hun bijdrage gaan verderzetten. Volgens de Minister van Defensie hebben de meeste Europese landen die deelnemen aan de EUTM Mali dit al informeel bevestigd.

“Deze multinationale militaire trainingsmissie van de Europese Unie heeft zijn nut in de bestrijding van terroristische groepen al bewezen, en de leiding ervan geven aan België toont aan dat onze defensie veel kwaliteiten bezit en dat het een internationale erkenning krijgt” concludeert Tim Vandenput.

Posted on

“Europol verwijdert meer dan 500x online propaganda van IS/Daesh”

Internet is een belangrijke levensader op gebied van werving voor terreurbeweging IS/Daesh. Volksvertegenwoordiger Tim Vandenput (Open Vld) stelt voor om de online kanalen van terroristen droog te leggen. België staat bekend voor de uitstekende uitwisseling van informatie met Europese lidstaten. “Mede dankzij Belgische inlichtingen zijn tot nu toe zijn al meer dan 920 zaken door Europol doorverwezen naar de lidstaten en 511 gevallen heeft dat ook geleid tot het verwijderen van content”, zo blijkt uit antwoorden van Minister Reynders (MR).

Ons land is van in het begin betrokken in de internationale strijd tegen de terreurgroep IS/Daesh. Deze Alliantie is samengesteld uit 65 landen en twee internationale organisaties. Op verschillende wijzen draagt de Alliantie bij aan de strijd tegen IS/Daesh: militaire acties, militaire bijstand of politieke steun. De strategie om IS/Daesh te bestrijden, is opgebouwd rond verschillend actielijnen, waarvan het verhinderen van de instroom van foreign terrorist fighters er een is.

Volgens schattingen komen ongeveer 5 000 strijders uit EU-lidstaten. Het merendeel van de foreign terrorist fighters in Syrië in Irak is echter uit Arabische landen afkomstig. De inspanningen om het fenomeen van de foreign terrorist fighters tegen te houden, moeten worden voortgezet. “Op Belgisch niveau zien wij wel — hoewel wij voorzichtig moeten blijven met cijfers — concrete resultaten van de maatregelen die werden genomen. Er is een zichtbare daling van het aantal personen dat naar Syrië vertrekt” aldus Tim Vandenput (Open Vld).

Naast de militaire interventies die erop gericht zijn de uitbreiding van IS/Daesh te stuitten, is het droogleggen van een aantal bevoorradingskanalen een belangrijk werkdomein voor de Alliantie. De financiële stromen naar IS/Daesh dienen te worden afgesneden, daar is iedereen het over eens. Ook de wapenroutes naar IS/Daesh moeten in kaart gebracht worden en mogelijks worden onderbroken. “Een minder zichtbaar kanaal is het internet: de propaganda- en rekruteringsberichten die via sociale media worden verspreid zijn vandaag een belangrijk wapen van IS/Daesh”, benadrukt Tim Vandenput.

Internet via de satelliet

Op 4 december 2015 verscheen op de website van Der Spiegel online een artikel over de manier waarop IS/Daesh toegang tot het internet heeft. “De schrijver van het artikel kwam tot de conclusie dat die toegang gebeurt via satellietontvangers die zij waarschijnlijk net over de grens met Turkije halen. Op die manier hebben zij via een satelliet connectie met het internet”, zegt Tim Vandenput. “De toegang gebeurt er via satellietontvangers. Opvallend is dat de satellieten in kwestie beheerd worden door Europese bedrijven zoals het Franse Eutelsat, het Britse Avanti Communications en het Luxemburgse SES en dat de grondstations ervan in Europa gesitueerd zijn.”

Aangezien gebruikers van satellietontvangers hun exacte GPS-coördinaten moeten doorgeven om internet te kunnen ontvangen, is het technisch heel eenvoudig om deze gebruikers te lokaliseren. Daarnaast is het ook makkelijk voor de beheerders van de satellieten om specifieke verbindingen uit te schakelen en om zelfs mee te kijken naar wat de gebruikers down- en uploaden. “Op basis van deze informatie is het perfect mogelijk om leden van IS/Daesh de toegang tot het internet te ontzeggen of met hen mee te kijken wat ze online doen”, zegt Vandenput.

Dilemma

“Wij moeten steeds een evenwicht vinden tussen het voordeel van een dergelijke verbinding voor de bevolking en het belang om een reeks maatregelen te nemen tegen IS ter plaatse”, nuanceert Minister Reynders. De toegang tot het internet biedt bijvoorbeeld ook de kans aan de bevolking in het bezette gebied om correcte informatie te krijgen over de toestand en over de strijd tegen terrorisme in de regio en de rest van de wereld. “In ons eigen land wordt ook steeds meer ingezet op de monitoring van radicale content op het internet, waarna gerichte acties mogelijk zijn, in samenwerking met de provider of in het kader van een gerechtelijk onderzoek”, licht Vandenput toe.

Toch kunnen we ons afvragen hoe het komt dat de leiders en leden van terroristische groeperingen die in Syrië en Irak verblijven zo makkelijk toegang hebben tot het internet. In de gebieden die door IS/Daesh gecontroleerd worden bestaat er immers nog maar weinig intacte telecommunicatie-infrastructuur en liggen er geen fiber-connecties.

Europese samenwerking

Op dat vlak is een globale aanpak nodig, gezien de specifieke karakteristieken van het internet. Ook op Europees vlak wordt daaraan gewerkt. Onder meer door de creatie vorige zomer van de Internet Referral Unit (IRU) bij Europol. “Men wil zo tot een betere coördinatie en taakverdeling te komen inzake detectie, flagging, monitoring en analyse van terroristische content op het internet. De IRU heeft tot nu toe al meer dan 920 zaken doorverwezen naar de lidstaten. In 511 gevallen heeft dat ook geleid tot het verwijderen van content. Het ging vooral over Twitteraccounts die IS-gerelateerde propaganda verspreidden” vertelt Vandenput.

Minister Reynders (MR) was vorige maandag nog in Den Haag voor een vergadering, een internationaal forum van de coalitie, met betrekking tot de foreign terrorist fighters. De Minister heeft een gezamenlijke vergadering gehad met de twee organisaties om verder te gaan in die richting.

De Minister geeft aan dat hij van Interpol en Europol heeft gehoord dat ons land de correcte reactie heeft gehad en er heel wat inlichtingen met Interpol en Europol zijn uitgewisseld. Er zijn nog een aantal landen die nog niet beslist hebben om diezelfde richting uit te gaan. De Minister probeert een betere samenwerking in dat verband te bewerkstelligen.

Posted on

“Antwoord aan de vijanden van de open samenleving”

Terrorisme kent geen grenzen, dat is elke week duidelijk in de commissie Defensie en Buitenlandse Zaken. “Het is dan ook belangrijk dat we in het actieplan van Open Vld zelf ook onze eigen grenzen overstijgen. Zowel binnen ons eigen land, als buiten de Belgische landsgrenzen” zegt Kamerlid en Burgemeester Tim Vandenput.

Het is duidelijk dat deze problematiek onze klassieke bevoegdheidsverdelingen overstijgt. Daarom moet er zo snel mogelijk een task force komen onder leiding van de premier. Daarbij moeten alle verantwoordelijken betrokken zijn: de bevoegde federale ministers, de deelstaten, veiligheidsdiensten, lokale actoren, etc.

We onderschrijven de “ALDE contribution to an EU roadmap to combat terrorism”. De Europese liberale fractie stelt daarin een aanpak gebaseerd op 5 punten voor:

  1. Nieuwe instrumenten om inlichtingen en informatie op EU-niveau te delen
  2. Interne veiligheid- en wetshandhavingscapaciteiten verder uitbouwen door Europol 
te versterken en een Europees anti-terrorismecenter binnen Europol te creëren
  3. Grensoverschrijdende criminaliteit aanpakken door Eurojust te versterken
  4. Oorzaken van terrorisme en radicalisering wegnemen via preventie
  5. Een Europese externe strategie om internationaal terrorisme aan te pakken binnen 
het Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid

Een aantal van de concrete actiepunten nemen we elders in deze nota reeds op.

Grenzen controleren

Een aantal grenzen zijn makkelijk te controleren: de havens en luchthavens. Het verkeer over land is echter moeilijker. We willen het vrij verkeer binnen Europa niet op de helling zetten. Dat neemt niet weg dat we, wanneer het dreigingsniveau het rechtvaardigt, gerichte en tijdelijke controles moeten uitvoeren. Dit is trouwens al voorzien in het Schengenverdrag.

De binnengrenzen van de Schengenzone willen we niet terug sluiten. Daarom is het des te belangrijker om onze buitengrenzen beter te bewaken. Een gecoördineerde aanpak, waarbij iedereen die de EU wil binnenkomen, terdege moet gecontroleerd worden staat daarbij centraal en vereist een inspanning van alle lidstaten.

Syrië en Irak

Het is niet duidelijk wat het objectief en einddoel is van een militaire missie. Het is niet duidelijk hoe ver dit conflict zal uitbreiden. Want bombardementen op zich zullen nooit voldoende zijn. Engageren we ons dan ook voor de volgende stappen? Een militaire interventie kan nooit slagen zonder een plan voor wat daarna komt. Dat hebben Irak en Libië ons helaas pijnlijk duidelijk gemaakt.

We kunnen beter op een andere manier hulp verlenen, nl. humanitair en diplomatiek. Ook kunnen we een rol spelen in het ondersteunen en opleiden van het plaatselijk leger en politie- en veiligheidsdiensten. We moeten ingrijpen om de situatie beter te maken, niet slechter. Dat is een essentieel internationaalrechtelijk principe (responsiblity to protect). De militaire missie kan immers als uitkomst hebben dat Assad versterkt uit het conflict komt, of dat er een nieuwe failed state ontstaat. Dat kan niet de bedoeling zijn.

We kiezen er vandaag voor ons niet militair in Syrië te engageren gezien de randvoorwaarden voor een succesvolle missie niet zijn vervuld. Daarmee zetten we ons niet in internationaal isolement, want ook andere landen nemen deze positie in. De liberale partij die net de verkiezingen in Canada won, neemt bijvoorbeeld dezelfde positie in. Slechts als er een internationale coalitie tot stand komt met een duidelijk einddoel kunnen we een Belgische deelname overwegen.

De steunpilaren van Daesh aanpakken

Daesh kan enkel blijven bestaan zolang ze over geld beschikt om haar strijders en terreur te financieren. Die inkomsten komen nu uit verschillende kanalen: drugshandel, losgeld na kidnappings, verkoop van slaven, enzovoort. Maar er stroomt ook geld uit bepaalde Golfstaten naar Daesh, via rijke mecenassen die het als een instrument zien om een radicaal gedachtegoed te verspreiden. Deze geldstromen moeten gemonitord en stopgezet worden: door de Golfstaten zelf of door de internationale gemeenschap. Europa moet hierin als één blok optreden ten aanzien van bijvoorbeeld Saudi-Arabië en Iran. Zij zorgen immers in hun proxy-oorlog voor een ongekende stijging in de financiering van terroristische groeperingen in heel het Midden-Oosten. Deze beide landen hebben een belangrijke sleutel in handen om hierin verbetering te brengen. Maar ze zijn niet de enige: ook andere Golfstaten spelen een dubbele rol. België moet ook opvolgen of er op deze manier geld vloeit naar vzw’s en moskeeën in eigen land om een radicaal gedachtegoed te verspreiden.

Daarnaast zien we zien dat Daesh meer dan de helft van haar inkomsten uit de verkoop van olie en gas haalt. De strategie van de internationale coalitie onder leiding van de VS om raffinaderijen van ruwe olie te viseren, is alvast een stap in de goede richting. Daarnaast dient de grens tussen Syrië en Turkije veel strenger bewaakt te worden. Via die weg wordt immers ruwe olie in Turkije verkocht. Ook andere smokkelaars, onder meer van kunst en katoen, kunnen dan worden tegengehouden én zo zouden Syriëstrijders vanuit het Westen moeilijker tot in Syrië geraken. Enkel vluchtelingen kunnen worden doorgelaten. Indien Turkije deze grens niet alleen kan beveiligen, moeten haar internationale partners haar hierin bijstaan.

Verder kan men de winsten uit de olieverkoop ondergraven door olie aan lagere prijzen te verkopen in buurland Irak. Daesh verkoopt momenteel al haar vaten olie ver onder de marktprijs maar het zou mogelijk moeten zijn om bij de olievelden die onlangs veroverd werden in Irak, nog lagere prijzen aan te bieden. Hierdoor zouden alle onafhankelijk opkopers van olie en benzine uit de regio eerder naar verkopers in Irak gedreven worden. Op die manier zou dan de oliemarkt instorten voor Daesh.

Nieuwe broeihaarden voorkomen

We willen verder vermijden dat er nieuwe broeihaarden ontstaan buiten de bestaande zoals Irak en Syrië. De ingrediënten daarvoor kennen we: mensen in andere landen ook hoop en kansen geven, hen vooruitgang laten boeken, failed states vermijden. De tandem van ontwikkelingssamenwerking en vrijhandel staat daarbij centraal.

Wanneer burgers – gewone mannen en vrouwen – hun lot in eigen handen kunnen nemen en zich niet langer onder het juk bevinden van dictators or theologische heersers, ontstaat een tegengewicht voor opkomend extremisme of terrorisme. Ons beleid moet dus ook kritischer zijn voor regimes die niet aan de kant van het volk staan, als een duidelijk signaal dat ook de democratie voor ons een universele waarde is.

Lees het volledige “Actieplan tegen terreur en radicalisering” hier: http://www.openvld.be/library/1/files/5528_20151208_actieplan_tegen_terreur_en_radicalisering.pdf

Posted on

Schrijfmarathon van Amnesty International

Alle aanwezige parlementsleden van de Kamercommissie Buitenlandse Zaken ondertekenden vandaag een brief aan de Congolese president Kabila om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Fred Bauma en Yves Makwambala te vragen.

Volksvertegenwoordigers Dirk Van der Maelen, Sarah Claerhout, Benoit Hellings, Kattrin Jadin, Stéphane Crusnière, Richard Miller, Georges Dallemagne, Jean-Jaqcques Flahaux, Gwenaëlle Grovonius, Daphné Duméry, Tim Vandenput en Peter Luykx nemen op die manier deel aan de Schrijfmarathon van Amnesty International in december

In de cel voor hun mening

Tijdens de Schrijfmarathon schrijven duizenden mensen brieven voor mensen die onrecht is aangedaan. Ze grijpen naar hun pen voor ondermeer Fred Bauma en Yves Makwambala uit de Democratische Republiek Congo. Fred en Yves worden door de Congolese autoriteiten bestempeld als terroristen. Hun misdaad? Het bijwonen van een vreedzame jongerenbijeenkomst. Yves en Fred riskeren hiervoor de doodstraf. Tijdens de Schrijfmarathon vragen we dan ook de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating.

Doe ook mee aan de Schrijfmarathon. Stuur een brief via www.schrijfmarathon.be

Posted on

Belgische handelsmissies: “Het maakt niet uit of de kat zwart of wit is, als ze maar muizen vangt”

Premier Charles Michel tijdens de Belgische handelsmissie in Japan

Deze opiniebijdrage verscheen eerst op Knack.be en in De Tijd.

avatar Tim Vandenput en Patrick Dewael Open VldDoor Patrick Dewael en Tim Vandenput, respectievelijk fractieleider in de Kamer en Volksvertegenwoordiger in de commissie Buitenlandse Zaken (Open Vld).

Wat? In de geest van een volwassen samenwerkingsfederalisme moeten we pragmatisch zijn en al onze troeven uitspelen tijdens buitenlandse missies. Of dat nu Belgische, regionale of beide vlaggen is, het resultaat telt: investeringen, groei en jobs.

Handel heeft al eeuwen de kracht om mensen over continenten heen met elkaar te verbinden, economieën te doen groeien en jobs te creëren. Het is een synoniem voor vooruitgang. Daarom zijn wij liberalen grote voorstander van Europese vrijhandelsakkoorden. Maar daarnaast zijn ook bilaterale economische banden belangrijk voor een export- en doorvoerland als het onze.

België heeft sterke troefkaarten in handen: onze werknemers zijn hoogopgeleid en uiterst productief, onze bedrijven efficiënt en innovatief, onze ligging in het hart van Europa met belangrijke havens cruciaal, en met Brussel hebben we het belangrijkste beslissingscentrum van het continent.

Dat zijn troeven die we te danken hebben aan alle entiteiten die ons land rijk is, zowel de federale staat als de drie gewesten. Je zou dan ook denken dat we die troefkaarten tezamen op tafel leggen in onze diplomatieke, politieke en economische contacten met het buitenland. In de geest van een volwassen samenwerkingsfederalisme waar onze partij voor staat.

Toch stak ook deze week weer een geldingsdrang, een communautaire koortsopstoot zo u wil, de kop op in Vlaanderen. Onze regio zou imagoschade hebben opgelopen in Japan door de buitenlandse missie van premier Michel. Belgisch surrealisme ten top. Onze staatsstructuur plots op tafel als zwarte piet tussen de sterke troefkaarten. Dit terwijl de bevoegdheden tijdens de missie werden gerespecteerd.

Belangrijker dan wie op de eerste rij staat om een lintje te knippen, zijn volgens ons de resultaten van onze economische diplomatie. Investeringen, groei, jobs. Daar gaat het om. In het geval van de Japanmissie hebben we die binnengehaald door onder meer het sterk werk van het Vlaamse FIT, maar ook onze federale notionele intrestaftrek en hogergenoemde troeven speelden ongetwijfeld mee.

Pragmatiek moet in deze haantjes-, of beter gezegd leeuwtjesgedrag overwinnen. Als we met het merk België, de premier of de Koninklijke familie meer investeerders kunnen overtuigen, moeten we dat toch gewoon doen? Is dat met het merk Brussel? Nooit twijfelen! In 2013 was het merk België zo’n €420 miljard waard en vermoedelijk doet het merk ‘Brussel’ het zelfs beter. Het is nu eenmaal een realiteit dat submerken zoals Vlaanderen en Wallonië een pak minder wegen. Dat neemt niet weg dat we ze moeten gebruiken om specifieke boodschappen te onderschrijven. Denk maar aan Mons 2015 of de haven van Antwerpen. Wat we nooit uit het oog mogen verliezen: door al onze troeven op te tellen wordt onze merkwaarde nog groter.

Wat ons betreft maakt het niet uit of de kat wit of zwart is. Als ze maar muizen vangt. In Japan deed ze dat alvast, door sterke samenwerking. Waar gaan we volgende keer op jacht?

 

Posted on

“Griekenland moet engagementen nakomen maar heeft nood aan perspectief”

Open Vld Kamerlid Tim Vandenput ondervroeg minister van Buitenlandse Zaken Reynders over de Griekse stembusgang die gewonnen werd door het radicaal-linkse Syriza. “Griekenland moet haar engagementen nakomen, maar heeft ook nood aan perspectief in de vorm van investeringen, groei en jobs”, aldus Vandenput.

Zondag 25 januari trokken de Grieken naar de stembus. De traditionele partijen die verantwoordelijk waren voor veel wat in Griekenland misliep, werden afgestraft. Voortaan deelt Syriza, een coalitie van linkse en radicaal linkse partijen, de lakens uit.

“Het is interessant om te achterhalen hoe dit komt”, zegt Tim Vandenput. “Het is alleszins gebleken dat er grenzen zijn aan het incasseringsvermogen van een democratie die onder curatele staat van Washington en Brussel.”

De vraag stelt zich vandaag hoe Griekenland er weer bovenop kan komen. Syriza gaat resoluut voor een schuldkwijtschelding, en ziet dat als de zaligmakende oplossing.

Daar gelooft Vandenput niet in. “Ja, er zal een debat nodig zijn over de Griekse schulden. Zo kunnen de looptijd en rentevoet bijvoorbeeld besproken worden. Maar voor haar geloof- en kredietwaardigheid zal het land de leningen wel moeten aflossen.”

Tegelijkertijd moet Griekenland volgens het Kamerlid nu echt maken van structurele hervormingen, de strijd tegen cliëntelisme en logge bureaucratie. Het baart de liberaal zorgen dat de nieuwe regering al besliste bepaalde overeen gekomen hervormingen terug te draaien.

“Ten derde moeten die hervormingen hand in hand gaan met investeringen in groei en jobs. Het plan Juncker en de verruimingsoperatie van de ECB kunnen soelaas brengen. Alleen zo krijgen de Grieken weer perspectief. Alleen zo kunnen er nieuwe ondernemers, zoals Onnassis, opstaan die de Griekse economie weer leven in blazen”, zei Vandenput.

Het Kamerlid vroeg minister Reynders naar de economische, maar ook diplomatieke gevolgen van de verkiezingsuitslag. “Syriza zocht al meteen toenadering met Rusland. Net op een moment dat de Europese buitenlandministers vergaderen over bijkomende sancties tegen Rusland na de drieste aanval op het Oekraïense Marioepol. Zal Europa nog in staat zijn de 28 lidstaten op één lijn te krijgen over de Ruslandpolitiek?”

Minister Reynders benadrukte dat de nieuwe regering een democratisch draagvlak heeft en dat we dit uiteraard moeten respecteren. Al maakt ook hij zich zorgen over de eerste beslissingen en stellingnames van de nieuwe regering. Reynders beklemtoonde dat Griekenland haar engagementen wel zal moeten nakomen. Hij wilde de standpunten van de nieuwe buitenlandminister in de Raad afwachten vooraleer zich uit te spreken over de gevolgen voor de Ruslandpolitiek.

Posted on

De ontmijningsoperatie in Libanon: “Ons werk is af”

Foto Defensie door D. Orban.


In Libanon is de Belgische VN-missie nu officieel beëindigd. De Minister van Landsverdediging en de leden van commissie reisden af naar Libanon voor de slotceremonie. Kamerlid Tim Vandenput vertegenwoordigde Open Vld in de delegatie en benadrukte dat deze operatie heeft bijgedragen tot de stabiliteit van het land en dat er nog heel wat uitdagingen zijn elders in de wereld.

De opdracht ‘BELUFIL’ van het Belgische detachement bestond erin de toegangcorridors te ontmijnen voor de “Blue Line”. Dit is de demarcatielijn die de VN hadden vastgelegd waarachter de Israëlische troepen zich dienden terug te trekken uit Libanon. In totaal werden 3,7 kilometer aan verbindingswegen langs 29 “Blue Points” ontmijnd en beveiligd. Van oktober 2006 tot februari 2009 was er ook een Belgisch militair veldhospitaal operationeel, waar 9.100 patiënten, VN-militairen en Libanese burgers, werden verzorgd. Daarna werd het medisch materieel en de patiënten overgedragen aan het ziekenhuis van Tibnin.

12457932783_b6f65efeeaDe minister wees erop dat België zich ingeschreven heeft in een VN-verhaal, en dat loopt nu af. Van de 600 “blauwe vaten” die de Blue Line, de demarcatielijn tussen Israël en Libanon vormen, zijn er reeds 400 geplaatst.

“Over de 200 andere is er geen overeenstemming tussen beide landen. Het gaat om plaatsen die ofwel op de Golan-hoogte liggen of die in een sindsdien opgericht dorp liggen. Maar voor ons is de job gedaan, we gaan nu naar huis en andere partners nemen onze taak over”, zei Tim Vandenput. “Alle missies van het leger zijn beperkt in duur. Deze beslissing heeft niets te maken met de besparingen. We helpen de mensen door een moeilijke tijd, en dan moeten ze op hun eigen benen staan.” Het liberale Kamerlid benadrukte ook dat de regio stabieler is geworden en dat er nog heel wat uitdagingen zijn in andere landen.